Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem helpen de inlandsche bevolking tot Jezus te brengen.

Aan de rivier de Sjobé aangekomen, trof men voor het eerst de Makolólo aan, en de zendeling en Oswell gingen in een kanoe hun opperhoofd Sebitoeane te gemoet, die een twintig mijlen hooger de rivier óp, zijn tijdelijke residentie had. Ook h ij was hen een honderd mijlen te gemoet gereisd. Sebitoeane was omstreeks 45 jaar oud. Hij was de grootste krijgsman van die streken en ging — geheel anders dan Moselikatse, Dingaan en anderen zijn mannen zelf in den strijd voor. Het was ontwijfelbaar een zeer belangwekkend man die, evenals Livingstone, uitnemend de gave bezat om de liefde te winnen niet alleen van zijn eigen volk, maar zelfs van alle vreemdelingen die met hem-in aanraking kwamen. Hij was mild en vrijgevig van aard en bijzonder goed voor de armen. „Hij heeft een hart; hij is wijs!" waren de uitroepen, die Livingstone dikwijls over hem had hooren bezigen vóór dat hij zelf kennis met hem maakte. Sebitoeane ontving den zendeling zeer vriendelijk. Het was altijd een van zijn lievelingsdroombeelden geweest, nog eens te kunnen verkeeren met een blanken man. Van den beginne aan schonk hij zijn volle vertrouwen en deed hij al wat hij kon om het Livingstone en de zijnen naar den zin te maken. Toen op den eersten Zondag van hun verblijf onder de Makolólo de zendeling godsdienstoefening hield, was ook het hoofd aanwezig. Livingstone was daar later zeer blijde om,

Sluiten