Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voerig verslag van een en ander gezonden en om een geschikter vaartuig verzocht. Thans vestigde men ook de aandacht op de Sj i r é-rivier, noordelijk van de Zambési gelegen. De Portugeezen waren er nog nooit op geweest en wisten niet, waar zij haar oorsprong nam. De eerste tocht op de rivier vond in Januari 1859 plaats. Men voer de Sjiré op totdat men op prachtige, grootsche watervallen stuitte, die men vervolgens de Murchison-vallen noemde, naar een man die reeds wereldberoemd was en bovendien dikwijls veel vriendelijks aan Livingstone had bewezen. Men keerde van hier terug naar t Tette. In het midden van Maart had een tweede tocht plaats. De inboorlingen waren nu veel welwelwillender dan bij den eersten keer. Op deze reis werd bij een afzonderlijk uitstapje door Livingstone en D'. Kirk het Sjirwa-meer ontdekt. Het was tijd dat beiden bij de boot terug kwamen, daar John Walker, de kwartiermeester die bij het vaartuig achter gebleven was, in hun afwezigheid zware koortsen had gekregen. Zijn kameraad die voor de geneesmiddelen had te zorgen, durfde hem er niet van ingeven, daar hij niet goed wist wat hem eigenlijk scheelde. Walkers toestand was zeer bedenkelijk, doch hij genas weer spoedig door het gebruik van een sterke dosis calomel. Nu voer men de rivier weer af, daar de Kroo -mannen voor een grooten voorraad hout gezorgd hadden. De slecht samenstelde ketel van de boot verslond groote massa's hout, en tóch kwam men bijna niet vooruit en werd

David Livingstone 15

Sluiten