Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met goedvinden van den Roomsch-Katholieken gceste lijke, tot wiens parochie zij behoorden, kleine stichtelijke geschriftjes uit. Want de zorg voor het lichaam moest, meende zij, altijd gepaard gaan met eene poging om ook de ziel op te heffen. Zij was eene groote voorstandster van de koepokinenting. Zelve had zij zich door Dr. Willan, een der eerste voorstanders in Engeland van dit voorbehoedmiddel, in de practische toepassing daarvan doen onderrichten en zij ging nu de gezinnen rond om er de kinderen eigenhandig in te enten. Het resultaat was, dat de pokziekte in den omtrek van Plashet, zoo ver haar invloed reikte, geheel verdween. Haar eigen Kwakergenootschap was haar zeer lief; maar zij had een open oog voor het goede in andere kringen. Op de eerste vergadering van het Bijbelgenootschap, die zij bijwoonde, in het jaar 1811 te Norwich, werd zij diep getroffen door de eenheid van doel bij personen, behoorende tot zoo verschillende kerkgenootschappen, leden der Engelsche Staatskerk, Dissenters, Lutheranen en Doopsgezinden. Zij gevoelde zich toen zelfs gedrongen er openlijk getuigenis van te geven in gebed. Een aanwezig Doopsgezind predikant verklaarde toen: „van deze godsdienstoefening geldt, „wat de discipelen bedoelden , toen zij elkander vraagden: was ons hart niet brandende binnen in ons?" Een Luthersch predikant getuigde er van, dat hij, als vreemdeling, de woorden wel niet alle had kunnen verstaan;

Sluiten