Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

In het jaar 1869 bij haren terugkeer van een harer gewone vacantie-reizen te Dover aanlandende, vernam Mrs. Butler, dat een kleine groep in het Parlement er in was geslaagd om in de heete zomerdagen of liever zomernachten der maand Augustus, wanneer de zittingen meest nog maar door enkele weinige leden plegen te worden bijgewoond, door dat kleine aantal leden, waarvan de meesten slechts eene vage voorstelling hadden van de bedoeling en de strekking der voorgestelde wijziging van de constitutie, te doen aannemen een wet ter regeling van de ontucht door den Staat. Tegelijkertijd met dit bericht ontving Mrs. Butler van eenige geneesheeren van naam, die reeds sedert lang pogingen in het werk hadden gesteld om het wetsontwerp te doen verwerpen, een schrijven, waarin deze mannen haar verklaarden, overtuigd te zijn, dat, nu hun pogen vergeefsch was geweest, andere beweegkrachten moesten worden aangewend dan het aanvoeren van argumenten aan physiologie en wetenschap ontleend: dat zij meenden, dat de vrouwen, die immers in de eerste plaats de slachtoffers zouden zijn van het Napoleontische stelsel, waarvan de huidige wetgevers zoo veel heil verwachtten, door woordvoerdsters uit eigen kring behoorden te protesteeren en van Parlement en Regeering volledige voldoening eischen voor de schandelijke beleediging, die haar geslacht met deze wet werd aangedaan.

Sluiten