Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN H O U D.

Eerste Tijdperk. (16 n. C. — 1568.) Bladz

HOOFDST. ... T)

I. De eerste School te Roomburg. — Druïdenscholen. — Bonifacius. — Karei de Groote. — Kareis Hofacademie of

Palatijnsche School 1

II. Alcuinus. — De Egmonder-abdij. — De kloosterschool te

Aduard.— De Roodeschool bij Bedum.— Het „schoolrecht." 4

III. Jan Celé. — Kloosterschool te Mariëngaard bij Hallum. —

St. Maartenschool te Groningen. — Geert Groote. — Erasmus. — De Kerkhervormers "

Tweede Tijdperk. (1568—1784.)

IV. Der vaderen zorg voor het onderwijs in het bangste van

den strijd 11

V. De Christelijke grondwet der opvoeding 15

VI. Barmhartigheid op schoolgebied. — Meester Valckooch. —

Schoolt opstanden en eigenaardigheden 19

VII. BerOfOide schoolmeesters, opvoedkundige dichters en bekwame

poedagogen 24

VIII. De tijd van verval en het streven naar verbetering. — Prijsvragen en de verhandelingen, die zij uitlokten 28

IX. Opvoedkundigen der 18de eeuw en de gebreken hunner

theorieën

Derde Tijdperk. (1784—1806.)

X. De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen en haar streven. —

Hendrik Weiter

XI. J. H- Nieuwold. — J. J. Schneither. — J. v. Betntnelen. — H. v. d. Hespel. — De wettelijke regeling van het onderwij8 'n 1801, 1803 en 1806 40

Vierde Tijdperk. (1806-1842.)

XII. Inhoud, geest en strekking der Schoolwet van 1806 .... 45

XIII. Bijzondere scholen der eerste en tweede klasse. — Het on¬

derwijs gedurende de inlijving bjj Frankrijk 50

XIV. N. Anslijn, P. J. Prinsen, J. H. Floh, H. W. C. A. Visser. 54 XV. A. v. d. Ende. — Bezwaren tegen het schoolwezen in Zuiden Noord-Nederland 58

Sluiten