Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

parochiekerk", dus aan het geestelijk gezag. Aan iedereen werd he

schoolhouden verboden, die niet door den geestelijke, de kapittels

of scholastereu tot schoolmeesters waren toegelaten, terwijl zij geen andere, dan vooraf door de universiteit van Leuven goedgekeurde boeken op hunne scholen mochten gebruiken. Deze bepalingen werden door Filips II en Alva nog zeer verscherpt. Evenwel vermochten noch bloedplakkaten, noch brandstapels den machtigen geest der hervorming te stuiten. Onze vaderen, onderwezen door de kernachtige geschriften van den grooten Geneefschen Hervormer, Lalvijn "en door diens krachtigen geest bezield, wisten met alleen de Kerk, maar ook de school van hare slaafsche dienstbaarheid te verlossen en zich na langen en hangen strijd het vrije gebruik des ijbels in Kerk, school en huis te verwerven.

TWEEDE TIJDPERK. (1568—1784.)

HOOFDSTUK IV.

Der vaderen zorg voor het onderwijs in het bangste van den strijd.

Hoewel in een kamp op leven en dood gewikkeld met het machtige Spanje voor vrijheid van godsdienst, achtten zich toch onze vaderen niet ontslagen van de zorg voor het openbaar onderwijs en zij hebben in dit opzicht zich van hun taak gekweten met een ij ver en eene toewijding, inderdaad eenig in Europa. Het lager onderwijs was evenwel meer een voorwerp van kerkelijke dan van Staatszorg. Reeds op de Synode van Wezel in 1568 had de Kerk de school aan zich getrokken. De meeste synodale vergaderingen, daarna gehouden, hielden zich tevens bezig, de belangen van het onderwijs te bespreken. Zoo werd op de eerste Dordsche Synode, in 1574 gehouden, omtrent het volksonderwijs besloten: » Dewijl dat tot den dienst dei Kerk en politiën goede scholen grootelijks van noode zijn en hieite«ren kwade scholen grootelijks schaden, zoo zullende kerkendienaars van alle klassen vooreerst zorg dragen, op welke plaatsen scholen en

Sluiten