Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heidsinvloed staande Latijnsche scholen. Het is waar, zij misbruikte» die kleine seminariën, want zij lieton er ook zulken studeeren, die geen plan hadden geestelijken te worden. En daar de uit Frankrijk overgekomene geestelijke broeders ook scholen oprichtten, geraakte het lager en middelbaar onderwijs geheel in handen der priesteis eu waren de ouder Regeeringsinvloed staande lagere eu Latijnsche scholen spoedig door leerlingen verlaten. Maar toch werden zij ei dooi verbitterd, dat tengevolge dier besluiten geen Latijnsche scholen meer zonder vergunning der Regeering mochten worden opgericht, dat de bestaande gesloten moesten worden, zoo ze een dergelijke vergunning niet verkregen, eu dat de vreemde onderwijzers over de

grenzen werden gebracht.

Het meest evenwel werden zij vertoornd door de bepaling, dat aan het Collegium Philosophicum, 't welk de kleine seminariën vervangen moest, ook kerkelijke geschiedenis en het canoniek recht zouden worden onderwezen, en dat twee jaar na de opening geen andereu, dau die hunne voorbereidende studiën aan het Collegium hadden volbracht, als priesters mochten worden gewijd. Velen zagen er eene aanranding van de vrijheid van godsdienst in en dus overtreding van de grondwet en vau de artikelen te Londen vastgesteld. A\ at aan de Regeeringsbesluiteu een hatelijke kleur gaf, was hét feit,, dat aan het Collegium hetzelfde gebouw werd toegewezen, hetwelk •Jozef II, de bij de Belgen zoo gehate Keizer, vroeger voor een dusdanige inrichting had bestemd. Vele ouders lieten thans hunne kinderen buitenslands onderwijzen, doch het Besluit van den 14 Augustus verbood de toelating van jonge lieden, buitenslands ondeiwezen, tot één der Hoogescholen of tot het Collegium Philosophicum en bepaalde, dat zij noch tot eenig ambt konden worden benoemd, noch met eenige kerkelijke bediening bekleed konden worden.

Een van de onmiddellijke gevolgen van al deze bepalingen was de aaneensluitiug en verbroedering van de geestelijke en de liberale partij in België. Van denzelfden tijd af stonden in de Tweede Kamer de afgevaardigden van het Noorden en die van het Auiden als twee vijandelijke legerbenden in volle wapenrusting tegenover elkaudei geschaard.

Zoodra die vereeniging was tot stand gekomen. nam de Koning een weifelende houding aan tusschen strengheid en toegeven. Eindelijk voelde hij zich gedrongen, in Xov. 1821* den Sta ten-Generaal

Sluiten