Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kanten, het verband tnsschen het lager onderwijs en de Kerk en de wijziging van het kerkbestuur" richtten en waarin zij een »3'' Protest tegen de bestaande verordeningen op het onderwijs, als niet vereenigbaar met eene Christelijke opvoeding, naar de leer der Nederlandsche Kerk," inbrachten. In dat Adres verklaarden de adressanten, dat de Herv. Kerk het niet lijdelijk mag aanzien, wanneer een groot deel der kinderen, voor wier opvoeding zij aan meer dan aardsche machten verantwoordelijk is, op scholen wordt gebracht, waar een Christelijk gebed eene aanstootelijkheid is, de Bijbel een verboden boek en het eerbiedig noemen van den Zaligmaker de meest ergelijke uitdrukking is. I)e Kerk moest zelf, naar zij meenden, de scholen oprichten, waar, naar kinderlijke bevatting en met het oog op den gekruisten Heiland, Gods zegen afgesmeekt, Gods lof gezongen, Gods Woord uitgelegd, Gods wil ingescherpt, Gods leiding met het vaderland en met de vaderlandsche Kerk aangetoond wordt. En waar de oprichting van bijzondere scholen van de willekeur van plaatselijke en provinciale overheden is afhankelijk gemaakt, was het h. i allereerst de taak van de Synode, zich hiertegen, ten behoeve niet slechts der gemeenten, maar van elk lid der Kerk, te verklaren; met de bescheidenheid, welke den onderdaan; met de vrijmoedigheid , welke den Christen; met den aandrang, welke aan de woordvoerders der erkende gezindheden voegt. Het antwoord der Synode was o. a.: »dat zij in het K. Besluit van 2 Jan. 1842 geene aanleiding heeft gevonden om te protesteeren tegen de sedert 1806 bestaande verordeningen op het lager onderwijs, en dat, gelijk zij de zaak van het godsdienstig onderwijs, van den beginne harer instelling af, met bijzondere zorg heeft behartigd, zij uit het zooeven vermelde Besluit van Z. M. reeds aanleiding heeft ontleend, om tc doen, hetgeen ten deze de Kerk betaamt."

Koning Willem II gevoelde de bezwaren, die tegen het openbaar schoolwezen werden ingebracht. Dat toonde hij, door aan den Haagschen Kerkeraad een milde gift te schenken voor de door dezen begeerde oprichting eener Diaconieschool. Dat toonde hij ook, dooi* aan eene commissie uit de Synode, die hem was komen begroeten, in eene warme toespraak zijne begeerte te kennen te geven, «lat vanwege «1e Xed. Herv. Kerk afzonderlijk onderwijs in de stellige geloofswaarheden zou worden gegeven, opdat op deze wijze de leemte van het openbaar onderwijs kon worden aangevuld.

Sluiten