Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder den kennelijken zegen des Heeren de school voor een groot deel haren spoedige» bloei te danken had. Zij, die het initiatief tot de oprichting genomen hadden, traden als het Bestuur er van op.

Men ziet het hieruit: tengevolge der bestaande verordeningen ging de oprichting van bijzondere scholen altijd met groote moeite gepaard. Schier overal toch hadden de voorstanders van het gemengde schoolstelsel de overhand. Vastelijk waren ze besloten, om de bij het K. Besluit van 1842 verlangde onbekrompenheid in het verleenen van autorisatie niet in practijk te brengen. De vereerders der schoolwet van 1806 gingen uit van de stelling, dat wat voor hen Christelijk genoeg was, zulks ook voor anderen moest wezen. Hierin lag de kiem van eiken geloofsdwang, waarom de Haagsche adressanten ook aan den Koning schreven : «Desniettemin hebben sommige besturen niet geschroomd, in de zaak van godsdienst hunne eigene overtuiging tot richtsnoer van het geweten hunner medeburgers te stellen; zij hebben beweerd, dat hetgeen zij Christelijk genoeg achten, ook voor andersdenkenden Christelijk genoeg is, en dientengevolge, na zich aldus tot rechters over het geloof verheven te hebben, gemeend, ten aanzien van scholen, die gemengd zijn, te mogen getuigen, dat het onderwijs aldaar zeer ,stellig godsdienstig Christelijk is, dat is, in eenen godsdienstigen Christelijken zin.'''' Moeilijkheden met de verkrijging van autorisatie waren niet alleen in 's-Gravenhage en Xijnu'gen ondervonden, maar ook later in Leeuwarden, Zwolle, Dordrecht, Axel, Rotterdam en in Sneek en waar de stedelijke regeering, zooals te Amsterdam, eindelijk geene zwarigheden meer maakte, wist de schoolopziener nog allerlei hindernissen aan te brengen. Zelfs verlangde de Minister van Binnenlaudsche zaken van de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, dat dezen zouden intrekken de in 1840 door de stedelijke regeering van's-Hertogenbosch verleende autorisatie. Gelukkig dat de vijand niet zegevierde en de vrienden der Christelijke school getuigen konden: y> Lwtor et emergo : wij worstelen en komen boven." —

Deze laatsten hadden evenwel behoefte aan voorlichting en om hun die te schenken, was in Juli 1844 het A ijmeegxch Schoolblad uitgegeven. Dit orgaan ging uit van de heeren Mr. J. J. L. v. d. Brugghen, Baron Van Lijnden en Ds. Zubli, te zamen vormende de directie der Chr. School op den Klokkenberg te Nijmegen. V. d. Brugghen was echter hoofdredacteur. Het blad ondervond eerst veel belang-

Sluiten