Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 April beproefde Groen nogmaals de Kamer af te brengen van haar stelsel, om het petitionnement te ignoreeren en verzocht haar daarom, den dag te bepalen voor 't doen van een voorstel ter benoeming van eene commissie som over de verzoekschriften, die omtrent de voordracht op het lager onderwijs zijn ingekomen of nog zullen inkomen, een algemeen verslag in te leveren, hetzij voor de Iteraadslaging, hetzij, indien het ontwerp niet in discussie komt, vóór het einde der zitting." De zitting van '28 April werd hiervoor aangewezen. Groen, bijgestaan door de heeren Klont van >Soeterwoude en Van lijnden, mocht zijn voorstel niet zien aannemen. Bestreden door Bosscha en De Brauw, werd het met 47 tegen 7 stemmen verworpen. Den 30 April verklaarde de heer Van Hall, dat het ministerie voor de wet op het onderwijs zou pal staan. De Kamer ging voor eenige weken uiteen. Na het reces verwachtte men, na onverwijlde discussie, de aanneming met groote meerderheid van eene wet, die slechts spreken zon van godsdienst en zedelijkheid en niet van Christelijken godsdienst en Christelijke deugd. Met September moest de helft der Kamer aftreden. De verkiezingen daarvoor waren in Juli bef aald. Groen, zich vleiende, dat er mogelijkheid zou zijn, om. in verband hiermee, de aandacht van kiezers en niet-kiezers op de nabijheid van het gevaar te richten, schreef van 24 Mei—10 Juni een achttal blaadjes Aan de Kiezer». De toeleg van liberalen en li.-Katholieken was, om de anti-revolutionnairen uit de Kamer te verwijderen. Dit mislukte. Zij werden allen herkozen. Groen, die in Den Haag viel, werd in Leiden gekozen.

HOOFDSTUK XXIX.

Mr. J. J. L. v. d. Brugghen minister.

Groen had in zijne blaadjes Aan de Kiezers gezegd: nik reken oji de natie; ik reken op den Koning. Er is eene natie, die, als de wetgever de Christelijke consciëntie raakt, geen ontnemen van rechten, in Kerk en school, die zij ter plichtsbetrachting noodig heeft, vergunt. Er is een Koning, die, aan zijne en onze vaderen gedachtig, recht voor allen verlangt, en dus geen opdringen maar evenmin wegdringen van hetgeen onmisbaar is voor den Protestant-

Sluiten