Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2". Een vreemdeling, die zijn tehuis vergeten heeft.

3". Een reiziger, die op 's levens woeste zee zijn stuurman verloor.

4". Een strijder, die zijn zwaard verbrak, waarmee hij alleen strijden kon.

5". Een erfgenaam, die het testament, waarbij hij zijne erfenis aanvaarden kon, verscheurde.

ti". Een schuldenaar, die den kwijtbrief vernietigde, waarbij hem zijne schuld werd kwijtgescholden."

Zoo denken echte Nederlanders er over. Maar de wet deed dat niet en zoo kwam het, dat langzamerhand de Bijbel als opvoedingsboek alle beteekenis voor de openbare school verloor. Daardoor kreeg de Vereen, v. C. X. S. des te meer reden van bestaan. Ongelukkig werd deze al spoedig door velen gewantrouwd. Er waren er, die een meer algemeenen, maar ook om Kerk en School niet te scheiden, een meer confessioneeleu grondslag voor de Vereeniging verlangden. Vooral de Afgescheiden broeders konden zich op den duur niet in de Vereeniging vinden. Bij het vermelden van de Kerkgemeentelijke scholen op blz. 109 der Berichten was geen melding gemaakt van die der Christelijk-Afgescheidenen. Terstond vroeg de heer Wijle, hoofdonderwijzer te Assen, in het weekblad de Banier: «waarom ignoreert men ons ? uit onbekendheid of uit andere oorzaken ?" terwijl hij er op wees, dat door de Christelijk-Afgescheidenen reeds 21 Kerkgemeentelijke scholen waren opgericht. Hierin was hij in zijn recht. Minder prijselijk was het echter, dat sommige Afgescheidenen, zonder het volgende nummer der Berichten af te wachten, hun lidmaatschap van de Vereeniging opzeiden. Te recht mocht Groen klagen : »Ik dacht niet, dat na de wijs, waarop ik mij 25 jaren lang, óf in 't openbaar over de Afgescheidenen heb uitgelaten, óf ook tot onderhandsche ondersteuning in Kerk en School mij bereid heb getoond, de mogelijkheid van een opzettelijk verzwijgen en van een voortdurend ignoreeren zou worden ondersteld." — De heer A\ ijle zond spoedig aan Groen het volgende schrijven: »Mij doet innig leed, dat de Vereeniging tot dusver bij de Afgescheidenen niet eeue gewenschte deelneming ondervindt; meer nog smart het mij, dat van hen, die lid werden, nu reeds, enkel op het doen mijner vraag, zonder het antwoord er op af te wachten, sommigen hun lidmaatschap opzeggen."

Maar ook anderen hadden hunne bezwaren tegen de Vereeniging

Sluiten