Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

school geleek. Vooral tengevolge hiervan richtten de geloovigen te Doornspijk eene Chr. school op, die den 17 Jan. 1860 geopend werd met 157 leerlingen. Op de openbare school bleven er maar 9 over. Spoedig klom dat getal weer tot 20. Hoe kwam dat? Eenvoudig doordat men, zonder zich om de wet te bekreunen, op de openbare school Christelijk onderwijs was begonuen te geven, 't Geen men vroeger tegenstond, bevorderde men dus thans en ging daarmede door, niettegenstaande de talrijke protesten, die er tegen werden ingebracht.

Zoo ging het ook te Zuid-Beierland. Sedert 13 Xov. 1805 bestond aldaar eene Chr. school. Op de openbare school evenwel werd niet alleen een doorgaand gebruik van den Bijbel gemaakt, maar zelfs gaf men er onderricht in de Bqbelsche geschiedenis en de Christelijke geloofsleer, naar aanleiding van den Heidelbergschen Catechismus. Dit alles geschiedde met voorkennis van den burgemeester, bij wiens schoolbezoek eens zelfs almanakken, door het Xed. tractaatgenootschap uitgegeven, aan de schoolkinderen werden uitgedeeld. Het bestuur der Chr. school zag daarin zeer terecht eene schending van art. 23 der wet en eene, zoo al niet rechtstreeksche, dan toch zijdelingsche tegenwerking en bestrijding der Chr. school. Het wendde zich per adres tot den minister van Binnenlandsche zaken, om over deze dingen te klagen en vond een gunstig oor bij de regeering. In de zitting der Tweede Kamer van 12 Maart 1807 zeide de minister: »Die ongepaste en onwettige concurrentie is door de bestuurders der Chr. Xat. school gegispt. Het komt mij voor, dat zij daaromtrent volkomen in hun recht waren. De klacht was alleen in zooverre niet gegrond, dat dat onderwijs niet plaats had in de schooluren, maar toch door den onderwijzer in het schoollokaal gegeven werd. Als strijdig met de wet, heb ik terstond last gegeven, daaraan een einde te maken."

Ook in Hommerts werd de Chr. school in het geheim, maar daarom niet minder krachtig tegengewerkt. Daar hield de openbare onderwijzer oefeningen en catechisatiën in zijne school. Zelfs beroemde de openbare onderwijzer te Tzum er zich op, dat hij Christelijk onderwijs gaf, ten einde de menschen te beduiden, dat de Chr. school onnoodig is.

Sedert de invoering der wet van 1857 werd tot het waarnemen van kerkelijke bedieningen door de openbare onderwijzers de goedkeuring van Gedeputeerde Staten vereischt. In Noord-Brabant en

Sluiten