Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar aan te nemen, tot tijd en wijle V. d. Br. schuld had beledenToen V. d. Brugghen minister werd, had hij zijn ontslag genomen als bestuurder der Normaalschool. Hij werd echter honorair-medebestuurder. Zijne wet bracht hem evenwel in discrediet, zoodat in Rotterdam eenige contribuanten weigerden hunne bijdrage voor het loopende jaar te voldoen : «tenzij het op de eene of andere wijze openlijk blijke, dat er tegenwoordig geene betrekking meer bestaat tusschen de Normaalschool en den heer Y. d. Brugghen." De minister, hiervan kennis ontvangen hebbende, nam zijn ontslag als honorair-medebestuurder en heeft na zijn terugkeer in Nijmegen in 1858 den Klokkeuberg niet meer bezocht. In zijne verdere jaren nam hij een levendig aandeel in de behartiging van de belangen van het Asyl Steenbeelc en schreef veel over theologie, rechtsgeleerdheid, staatkunde, enz. Bij zijn graf bracht zijn oude vriend Mr. W. Baron van Lynden, die in '57 zijn politieke tegenstander geweest was, hem een warme en oprechte hulde toe. Te zijner nagedachtenis is er thans te Nijmegen een Van der lirugghenstraat.

HOOFDSTUK XXXVIII.

Groen ten opzichte van art. 194 der grondwet.

„Voldoend" openb. lager onderwijs te Abbega,

Wons, Schraard, enz.

Zou herziening der schoolwet in den door Groen gewenschten zin tot stand komen, dan moest, zoo oordeelde Groen, herziening van art. 194 der grondwet voorafgaan. Uit dat art. moest z. i. wegvallen : »Er wordt overal in het rijk van overheidswege voldoend lager onderwijs gegeven". Was dat geschied, dan leverde de grondwet geen hinderpaal meer op, om een toestand te verkrijgen, waarin het vrije onderwijs regel, het staatsonderwijs aanvulling zon zijn.

Den 28en Sept. 1864 vooral drong Groen op wijziging van art. 194 in de Tweede Kamer aan. De derde zinsnede van dat art. was, zeide hij, tegen den wil van den minister van Binuenlandsche zaken en van de staatscommissie van Haart 1848 daarin gelascht. «Eene ernstige beraadslaging over de wet van 1857 kan eerst beginnen, nadat de woorden van overheidswege uit de grondwet gelicht zijn.

Sluiten