Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

menwerking, die ons van zeer veleu onder de Afgescheidenen, zoowel Leeraars als leden, werden betoond."

Een en ander vermocht echter niet te verhinderen, dat in 1868 «en drietal Afgescheiden broeders in de Bazuin alle vrienden van het Christelijk onderwijs nitnoodigden, om zich te vereenigen tot •opleiding van Gereformeerde onderwijzers voor bijzondere scholen. Een gevolg hiervan was, dat op den 10 Juni van dat jaar een 40 tal vrienden van het Chr. onderwijs besloten tot de oprichting van eene Vervanging voor Gereformeerd School onder trijs. Doel der vereeniging zou allereerst zijn de opleidiug van Gereformeerde onderwijzers. Aangemoedigd door het woord der Schotsche broeders, op de Synode uitgesproken: overdekt Nederland met Gereformeerde predikanten en de toekomst is uwe, riep men het de Classis toe: overdekt Nederland met Gereformeerde onderwijzers en de toekomst der jeugd is uwe. Van de Classis kwam het voorstel op de Provinciale vergadering en besloot men de opleiding van Ger. onderwijzers te bevorderen. Te Harlingen zou de opleidingsklasse gevestigd worden en in al de gemeenten zou op het Paaschfeest voor de zaak gecollecteerd worden. Al spoedig bleek het echter, dat Ds. Dosker, de predikant der Afgescheiden gemeente te Harlingen, lid was van de Vereen, v. Chr. Xat. S. en de school te Harlingen van die vereen, subsidie ontving. Bovendien hielden vele gemeenten niet de verlangde collecte en stelden de kerkelijke vergaderingen de verwachtingen te leur. Een drietal broeders evenwel, J. R. Kreulen, H. op 't Holt en I. F. ten Hoor richtten aan velen eene uitnoodiging, om de voorgenomen zaak der opleiding ter hand te nemen en vonden hierbij veel steun en sympathie.

In dezen tijd schreef Dr. G. J. Vos Az., toentertijd predikant te Oostermeer (Friesl.), een artikel in het Kerkelijk Weekblad, waarin hij beweerde, dat elk onderwijzer Hervormd moest zijn, in den kerkgemotsrhappelijken zin, en hij teekende er bij aan, dat dit naar den geest was van het reglement der Vereen, v. C. N. S. De Afgescheiden broeders begeerden nu van de Hoofdcommissie der Vereen, v. C. X. S., dat deze protest zou aanteekenen tegen Dr. Vos' artikel en diens kerkistisch streven. Dat de Hoofdcommissie hiertoe niet genegen was, was voor de Afgescheidenen een spoorslag, oin op den ingeslagen weg voort te gaan.

Hierbij kwam, dat Dr. Vos eene beurs, Schoolhui/), poogde op te

Sluiten