Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich zeiven goed zijn. Men heeft gesproken van satanisch, ik vind daarin iets daeuiouisch. I<aat ons het kwade niet doen, om het goede daaruit te doeii voortkomen. Ik smeek, zoo eindigde Heets, de Yereeniging, niet eene misdaad te begaan en een woord te bestrijden, dat goed kan doen in de toekomst.

De heer Groen, als Voorzitter, zei hierop, dat de hartstochtelijke toespraak van zijn hooggeschatten vriend Heets hem wel ontroerd, maar geenszins overtuigd heeft. Hij beaamde, wat l)r. Kuyper gezegd heeft. Satanisrh is hier geen scheldwoord, het is de kenteeketing der kiem, die zich in eene eeuw van ongeloof en revolutie ontwikkelt. Een woord, ook in wetenschappelijke bedaardheid door mannen als Burke, Stahl, Guizot telkens gebruikt. In die richting zijn wij. De eigenaardigheid van de tegenwoordige phase van het ongeloof ligt bovenal juist hierin, dat in School, in Staat, van het woord Christelijk, ter begoocheling, een natani.se/> misbruik gemaakt wordt. Zoo er van misdaad spraak is, handhaafde hij de qualificatie (aan dergelijk eene inlassching van Christelijk menigwerf gegeven) van nationaal misdrijf. Om de uitnemendheid zelve van het woord wordt het des te verderfelijker in een dergelijk verband. Om de voorspiegeling der mogelijkheden eener verafgelegen toekomst mogen wij het oog voor de actualiteit niet sluiten; voor de in het oogvallende werking van een woordenspel, verderfelijk voor land en Kerk.

Uit de daarop gevolgde stemming bleek, dat het voorstel tot weglating van het woord Christelijke in art. 23 van de wet op het lager onderwijs met 53 tegen 9 stemmen was aangenomen.

Wat art. 2 betreft: »Hij art. 24 wordt gevoegd: «Kerkelijke bedieningen zijn voortaan met het openbaar onderwijs onvereenigbaar." Mr. J. .T. Teding van Berkhout stelde hierop de volgende wijziging voor: «Het onderwijzersambt is voortaan onvereenigbaar met kerkelijke bedieningen." Het voorstel, aldus gewijzigd, werd aangenomen met 48 tegen 14 stemmen.

Ook art 3: »I)e eerste alinea iti art. 33 (Ter tegemoetkoming in deze kosten kan eene bijdrage voor ieder schoolgaand kind worden geheven") wordt aldus vervangen: »Ter tegemoetkoming in deze kosten wordt eene billijke bijdrage geheven van ieder schoolgaand kind. Aan minvermogenden kan van deze bijdrage vrijstelling worden verleend." werd met algemeene stemmen aangenomen.

Aangaande art. lt'4 der grondwet (dus artt. 4 en 5 der voor-

Sluiten