Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men ziet het hieruit, de vrijheid van onderwijs, in de grondwet gewaarborgd, trachtte men, — voor zoover zij dit nog niet was, — tot eene doode letter te maken. Schoolplicht, bij de wet bepaald en ■door den sterken arm gehandhaafd, en dat met behoud der bestaande wetgeving, moest noodwendig tot zoodanige uitkomsten leiden. Immers, <>p vele plaatsen, waar men niet bij machte was, eene Chr. school op te richten, waren vele kinderen van schoolonderwijs verstoken, doordat de ouders gemoedsbezwaren hadden tegen de openbare school. En deze kinderen moesten nu maar naar de openbare school gedwongen worden.

Op de algem. verg. der Vereen, v. C. N. 8., den 1 Juni 1871 te Amsterdam gehouden, stelde de heer J. Voorhoeve H.Czn. voor : »Het bestaande fonds tot het verleenen van voorschotten ten behoeve van Christelijke scholen uit te breiden en te brengen op eene som van ƒ 99,000, en dat wel door het plaatsen van 198 aandeelen, ieder van ƒ 500, als renteloos voorschot." Dit voorstel werd aangenomen met 50 tegen 10 stemmen. De som der leening werd evenwel bepaald op ƒ 100.000, verdeeld in 200 aandeelen, ieder van ƒ500, terwijl men de storting stelde vóór of op 31 Dec. 1871. In Dec. bedroeg het getal inschrijvingen nog slechts 140, vertegenwoordigende een bedrag van/70.000. Men besloot nu de betaling der aandeelen op 30 Juni 1872 te stellen. Twee circulaires had men reeds verzonden. In de derde (van 5 Maart '72) herhaalde men de woorden van Mr. Groen van Prinsterer : »Het vóór 1 April 1872 volteekend zijn der Leening zou de meest eigenaardige voorbereiding zijn ter Christelijk-Nationale feestviering in voorvaderlijken zin." Den 31 Maart ontving de penningmeester P. Van Eik een briefje van den volgenden inhoud: xMorgen 1 April worde door u nog een aandeel a/500 in degeldleening voor het fonds tot het verleenen van voorschotten ten behoeve van Christelijke scholen voor mij afgezonderd. Mocht de leening volteekend zijn, dan hoop ik n eene gift van ƒ 100 voor de Vereeniging te doen toekomen." En juist één aandeel was nog verkrijgbaar. Wel mocht men in de Hoop des Vaderlands van 3 April 1872 de regelen plaatsen: »0p heden (1 April) is, dank zij den Heer voor Zijne goedertierenheid en trouw! de leening, groot ƒ 100.000, voltehk"kn'd. Dat bij Hem alle dingen mogelijk zijn, is thans op nieuw heerlijk gebleken."

In de algem. verg. van Chr. onderwijzers in Nederland, den 2-4 fi. o. 13

Sluiten