Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

w

en 25 Mei 1872 te Amsterdam gehouden, deed de heer J. Voorhoeve H.Czn. het voorstel om, even als er een anti-dagbladzegelverbond, een anti-slavernijvereeniging, enz. bestonden, ook een antischoolwetverbond in het leven te roepen. Voorsteller zeide: »I)e leden dier Vereeniging moeten verklaren, dat de veranderingen in de gronden schoolwet, ten jare 1869 in de vergadering der Vereeniging voor C. X. S. aangenomen en in die van '71 bevestigd, onverwijld behooren ten uitvoer gebracht te worden. Onverwijld, dit woord wensch ik met groote letters te doen drukken, want hoe langer gedraald,, hoe grooter het gevaar. De ondervinding heeft geleerd, dat de tijd verliep door te blijven zien naar de geschiktste gelegenheid. Daarom onverwijld. Ik ben overtuigd, dat het Christelijk onderwijs niet kanblijven bestaan zonder verandering der wet." Voorts verklaarde hijr dat hij in de laatste dagen reeds meer dan één onderhoud over deze zaak met Groen had gehad en dat deze hem verklaard had, met de hoofdgedachte van zijn plan zeer ingenomen te zijn. Op voorstel van. den voorzitter werd er nu eene korte verklaring opgesteld van den volgenden inhoud :

»De ondergeteekeuden verklaren ingenomen te zijn met het voornemen tot het oprichten van een Anti-S-hoolwetverbond, ten doel hebbende het onverwijld verkrijgen van de veranderingen in grond- en schoolwet, vastgesteld in de algem. verg. der Vereen, v. C. X. S. van 1869 en bekrachtigd in die van 1871." Van de 120a 130aanwezigen onderteekenden 80 deze verklaring, benevens het honoraire lid Dr. A. Kuyper.

Het voorstel, om een anti-sehoolwetbo>ul op te richten, deed de heer Voorhoeve ook aan de algem. verg. der Vereen, v. C. N. S., den 31 Mei 1872 te Utrecht bijeengekomen. Op die vergadering werd ook het verlangen der hulpvereeniging Kampen besproken, dat n.1., »aangezien de Vereeniging voor Chr. Nat. schoolonderwijs in 1871 bij vernieuwing heeft verklaard, dat zij haar schoolwetprogram van 1869 betrekkelijk de verandering van art. 104 der grondwet vasthoudt, ons l>ezwaar in dezen aan den voet des Troons worde gebracht." Dr. J. A. Gerth van Wijk herinnerde aan het woord van Dr. Lamping: »Een ieder, die berust in art. 194 der grondwet, moet ook berusten in de wet van 1857; ieder voorstel tot wetsverandering, niet uitgaande van de verandering der grondwet, is zelfmisleiding of volksmisleiding." De Hoofdcommissie evenwel meende, dat een petition-

Sluiten