Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het ministerie Heemskerk-Yan Lvnden moest weldra aftreden en daarmede was tevens het doodvonnis over het aanhangig ontwerp geteekend. Weldra volgde het wetsontwerp-Kappeyne, waarin nog meer dan in het voorgaande het hoofdbeginsel der wet van 1857 werd gehandhaafd.

Gelijk wij zagen, had de Vereen, v. C. X. S. het na-examen ingesteld. Ook de Vereen, voor (ieref. Schoolonderw. besloot in hare algem. verg. van 1877, dat men voor hare commissie met gunstig gevolg het na-examen moest hebben afgelegd, wilde men als hoofdonderwijzer aan eene school, door haar ondersteund, worden aangesteld.

HOOFDSTUK LIV.

Jozua van Eik. — Kappeyne aan het woord.

Den 7 Febr. 1878 ontviel aan de Vereeniging v. C. X. S. een harer oudste vrienden en begunstigers, n.1. Jozua van Eik. Al spoedig na de invoering der wet van 1857 riep hij te zijnen huize eene vergadering bijeen der vrienden van het Chr. onderwijs, om te overleggen, hoe het dreigend gevaar voor het vaderland kon worden afgeweerd, of althans getemperd. Van hare oprichting af was hij van de Vereen, v. C. N. S. belangstellend lid. Als eere-voorzitter der Commissie tot stichting van een Groen van Prinster erfonds heeft hij tot aan den dag van zijn overlijden van die belangstelling blijken gegeven.

De nieuwe Minister van Binnenlandsche Zaken, Kappeyne vau de Coppello, droeg in 1878 een nieuw ontwerp van wet voor, dat er op aangelegd was, het Christelijk onderwijs geheel te vernietigen. Het bevatte artikelen ter bevordering van het schoolbezoek, schreef voor den bouw en de inrichting der schoollokalen algemeene regelen voor, beperkte ten zeerste de werkzaamheden der kweekelingen, die niet als onderwijzers meer werden erkend, eischte talrijker hulppersoneel, verhoogde de minima der traktementen, enz. Art. 33 bleef »de opleiding tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden" handhaven, doch zonder den Christus te willen. De Bijbel, door de wet van 1857 van de school verbannen, kreeg zijne rechtmatige plaats niet terug. Wel wilde art. 22, dat van de vastgestelde uren er eenige aange-

Sluiten