Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1842 met goed gevolg dat examen aflegde voor eene Commissie, die Prof. Hofstede de Groot tot voorzitter en Yan Swinderen tot secretaris had. Tot 1845 was hij te Beesterhagen werkzaam. Tijdens zijne werkzaamheid aldaar hield hij des Zondags geregeld Bijl>eloefening, waardoor hij veel vijandschap tegen zich verwekte. Men schold hem »den beroerder", men dreigde hem en wierp zelfs de glazen bij hem in. Toch wist hij zich in veler harten eene plaats te winnen, want toen hij Beesterhagen verliet, werd hem een allergunstigst getuigschrift overhandigd aangaande zijn werk aldaar, geteekend door C. J. Onnes, H. B. Dijken, Paul F. Bastiaans en S. R. Derksema. Had hij te Beesterhagen zijn rang verkregen, den 16 Oct. 1844 mocht hij het genoegen smaken, aldaar ook zijn 2"" rang te behalen. In 1845 trok hij nu als ondermeester naar Appiugadam bij den hoofdonderwijzer Steenhuis en werd den 15 Jan. 1847 door het dagelijksch bestuur van Appingadam tot «onderwijzer bij de opgerichte school te Solwert" benoemd. Hij nam deze benoeming aan en toonde te Solwert, zoowel in theorie als in praktijk, een goed schoolmeester te zijn, zoodat hij al spoedig de gunst mocht verwerven van Dr. W. Gleuns Jr., den schoolopziener. Zijn salaris was evenwel gering, doch hij vermocht het te verbeteren, doordat hij door de stemgerechtigden te Leegkerk tot koster en voorzanger der Herv. Gem. werd benoemd. Zijn Christelijk beginsel deed hem evenwel de gunst verliezen van het dagelijksch bestuur te Appingadam, dat een ander in zijne plaats benoemde. Gelukkig was het, dat Ds. O. G. Heldring te Hemmen van zijn geloofstrouw kennis bekomen had en hem daarom aan den kleinen kring, die te Amsterdam pogingen aanwendde, eene school voor haveloozen op te richten, aanbeval. Hij was 29 jaren oud, toen hij de benoeming te Amsterdam ontving. Hij zag in dit alles de besturende hand Gods, zoodat hij de benoeming aannam en den 22e» Oct. 1849 naar Amsterdam vertrok.

HOOFDSTUK LXVIII.

Nicolaas Mattheus Feringa.

( Vervolg).

De school voor haveloozen was in de Tuinstraat met 40 leerlingen geopend. Toen Feringa overkwam, was zij evenwel gevestigd aan de

Sluiten