is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

poging zon zijn aangewend, om ook voor onvermogenden de vrijheid te bekomen om, desverlangd, evenzeer van de bijzondere als van de openbare school gebruik te maken. Gaarne hadden ze daarvoor de gestelde mogelijkheid van het subsidiëeren der Chr. scholen prijsgegeven.

I)e Tweede Kamer nam nn het gewichtig besluit, om Hoofdstuk X (onderwijs en armwezen) het eerst te behandelen. Doch alle pogingen, om tot een vergelijk te komen, mislukten, daar het regeeringsontwerp der grondwetsherziening, zoowel als de amendementen van verschillende zijden voorgesteld, verworpen werden.

HOOFDSTUK LXX.

Grondwetsherziening, maar niet van art. 194. — De Kweekschool te Amsterdam. — Buiksloot. — De kerkelijke strijd, ook op schoolgebied.

Het ministerie Heemskerk diende, toen zijn ontwerp tot grondwetsherziening bij de Tweede Kamer geen genade kon vinden, zijn ontslag in (1886), doch kwam op zijne aanvrage terug, toen de vorming van een anti-revolutionnair ministerie Mackay niet slaagde. Eene ontbinding der Tweede Kamer volgde, en bij de verkiezingen kreeg de liberale partij een kleine meerderheid. In de nieuwe Kamer was het verzet der rechterzijde tegen de herziening minder algemeen, zoodat deze in Februari 1887 met hoop op beteren uitslag ten tweeden male in behandeling kon komen. Zelfs slaagde men er in, het veelbesproken art. 194 zoodanig te wijzigen, dat de rechterzijde eenigermate tevreden kon wezen en eenige liberalen, die den schoolstrijd wenschten te zien eindigen, daarmede genoegen namen (amendementSchaepman-Vos de Wael). Eenige dagen na de aanneming van dit amendement verklaarde zich de meerderheid der Kamerleden vóór de gewijzigde grondwet (17 Juni). Ook in de Eerste Kamer werden- alle hoofdstukken der herziene grondwet goedgekeurd, uitgenomen het tiende, zoodat art. 194 (art. 192 der nieuwe wet) onveranderd bleef. Nog was de aanneming niet verzekerd, want na al 't voorgevallene bestond er gegronde vrees, dat in de nieuwe Staten-Generaal de vereischte meerderheid (% der stemmen) niet zou gevonden worden.