is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunde de motie van Ds. Van Yeen. Men had beweerd, dat er geen feiten genoemd zijn, maar als een onderwijzer door zijn bestuur zoodanig werd tegengewerkt, dat hij naar eene andere betrekking moest omzien, en een ander tot hem (Dr. Yos) moest vluchten, om niet

mishandeld te worden

Hier wordt Dr. Yos in de rede gevallen door Ds. J. Lang hout. die hem vroeg, of hier sprake was van den onderwijzer Van Binnendijk. Indien ja, dan betuigde Ds. Langhout, dat hetgeen Dr. Vos omtrent dien onderwijzer gezegd had, onwaar was.

Mr. Th. Heemskerk vond de motie-Vos zeer onschuldig, doch hij meende, dat de motie-Van Veen leiden moest tot ontbinding en het was juist op zulk eene motie, dat hij de portefeuillequaestie gesteld had. En wat het zeggen van Dr. Vos betreft: wij kennen geen doleerenden, dan alleen wanneer zij zich tot een kerkgenootschap constitueeren, hij achtte dat deze daardoor de Vereen, v. C. X. S. wilde dwingen, een kerkrechterlijken weg te volgen. Zoo droeg men z. i. het kerkelijk conflict in de Vereeniging. Ook meende hij, dat men plaatselijk wel deed, zooveel mogelijk de godsdienstoefening niet in de scholen te doen houden.

Nadat Ds. Van Veen nog verklaard had zijne motie te wijzigen, door de woorden »ChristeIijke-schoolgebouwen" te vervangen door »lokalen voor Christelijke scholen" en Dr. Vos op de opmerking, dat er in de schoollokalen altijd geëvangeliseerd was, had geantwoord, dat de doleantie geen evangelisatie was, werd de motie in stemming gebracht en nu met 52 tegen 43 stemmen verworpen.

De gevolgen van deze beslissing bleven niet uit. Tenminste op blz. 193 van zijn Grom van Prinsterer m zijn tijd (1857—1876) verklaart Dr. G. J. Vos Az.:

»De Vereeniging voor C. X. S., die op de in 1887 te Amersfoort gehouden vergadering in beginsel gebroken had met de in hare statuten en geschiedenis uitgedrukte bedoeling, om n.1. met de Xed. Herv. Kerk zooveel mogelijk saam te werken aan het geestelijk welzijn van hare jeugdige leden, heeft door tegen haar kerkelijk standpunt gerichte handelingen van de Hoofdcommissie op de jaarlijksche algemeene vergaderingen niet af-, maar veeleer goed te keuren, getoond op den ingeslagen weg voort te willen gaan."

De Hervormden begonnen de Vereen, v. C. X. S. te wantrouwen en waren over haar niet tevreden. Men vond, dat de doleantie te