Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den President der Arrondissements-Rechtbank aldaar, Mr. J. J. L. v. d. Brugghen. Deze hooggeplaatste man meldde onzen hulponderwijzer, dat hij met de heeren Ds. Zubli en Mr. Van Lynden autorisatie verkregen had tot het oprichten eener bijzondere school 1" klasse en dat deze school met een onverwacht succes was geopend geworden. Het Bestuur dier school wenschte daarom een hulponderwijzer te benoemen, die, in Christus zijn eenigen troost in leven en sterven gevonden hebbende, aan de kinderen eenen weg kon aanwijzen, die door hem zeiven werd bewandeld. Het had daartoe het oog op hem, A. Meyer, geslagen en wenschte hem daarom als onderwijzer aan te stellen op een salaris van 150 gld. 's jaars.

Toen zijn patroon van deze benoeming hoorde, zocht hij zijnen onderwijzer tot bedanken te bewegen. Zelfs de schoolopziener wilde Meyer duidelijk maken, dat het eene dwaasheid van hem zou zijn, zoo hij de aanstelling aan de »Afgescheidene school te Nijmegen" aannam. En toen de schoolopziener hem vroeg, hoe hij er onder stond, was Meyers wedervraag: »Ik vraag alleen maar, Mijnheer, waar de goddelooze en zondaar zal verschijnen, zoo de rechtvaardige nauwelijks zalig wordt." Mijnheer zweeg en zonder verder lastig gevallen te worden «aanvaardde onze hulponderwijzer bij de gratie Gods den 2 Juli 1844 zijn nieuwe betrekking aan de bijz. school der le klasse op den Klokkenberg te Nijmegen." Meer dan zes jaren bleef hij te Nijmegen werkzaam.

Den 28 Dec. 1849 was aan eenige adressanten te Rotterdam vergunning verleend tot oprichting van eene bijzondere school der 1° klasse. Veel was hiermee verkregen, doch veel moest nog komen. Eene som van ongeveer 25.000 gld. toch was noodig, om de school te stichten en slechts 800 gld. kwam als vrijwillige giften in. Toch liet het Bestuur, bestaande uit de heeren W. F. Baron van Reede van Oudshoorn, J. Voorhoeve H.Czn., Dr. P. L. H. Kruijfï en Mr. M. Bichon van IJsselmonde, zich niet ontmoedigen en kwam de school weldra tot stand. A. Meyer werd tot hoofdonderwijzer aangesteld en mocht dus het genoegen smaken, zich weder in zijne geboortestad te vestigen. Evenwel zag hij tegen het scheiden van Nijmegen op. Toen hij aldaar voor den laatsten keer Zondagsschool moest houden, was aan de beurt van behandeling Gen. 28:10enz.: » Wanneer ik ten huize mijns vaders in vrede zal wedergekeerd zijn, zoo zal de Heere mij tot een God zijn." Welk een bron vanbemoe-

Sluiten