Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

britseradeel en andere gemeenten van ons land, waar de openbare scholen werden opgeheven, zoodra ze door de concurrentie van de Christelijke scholen bijna of geheel waren ontvolkt. Dit bleek ook te Mijnsheerenland, waar de Christelijke hoofdonderwijzer niet <><) leerlingen begon, terwijl de openbare school, naast zijne school staande, 120 leerlingen telde! Toen in 1893 het aantal leerlingen op de openbare school door verschillende omstandigheden tot 10 gedaald was, achtte de gemeenteraad de tijd daar te zijn, om de dorpsschool op te heffen en besloot ook in dien zin, welk besluit door Gedeputeerde Staten werd goedgekeurd. Dit voorbeeld zou met vele andere vermeerderd kunnen worden. Dat van overheidswege de openbare scholen niet worden opgeheven daar, waar ze nog door een voldoend aantal leerlingen worden bezocht, dat is grondwettig. Maar het is geldverspilling en gewetensdwang, wanneer ze in stand worden gehouden voor O, 2 of 3 leerlingen, zooals dat indertijd in de gemeente Wonseradeel is geschied.

Hoe moeilijk de toepassing is van art. 33 der onderwijswet, bleek in 1897 opnieuw te Amsterdam. Bij den wethouder van onderwijs in die stad toch werd door een Israëlietisch vader eene klacht ingediend over de uitreiking aan zijn kind van het werk van mevrouw Beecher Stowe, de Negerhut, uit de schoolbibliotheek van een der openbare scholen. Zeer ter zake toekende het Christelijk Schoolblad van 29 Jan. 1897 hierbij aan :

»De klacht van den Israëliet moge eensdeels aan een «spijkers op laag water zoeken" doen deuken — immers hij had het boek eenvoudig kunnen terugzenden met verklaring, dat hij die lectuur voor zijn kiud niet begeerde — maar stelt ook nog voor de zooveelste maal in het licht, hoe lastig die eisch der neutraliteit toch is en dat zij een vale kleurloosheid vordert, die met het leven en de werkelijkheid in volkomen tegenspraak is. Zij brengt menigmaal den onderwijzer in de grootste moeilijkheid, zooals o. a. toen een ander joodsch kind weigerde van de jaren vóór Christus te lezen, en de onderwijzer dan maar goed vond, dat hij dat woord oversloeg — welk overslaan toch evenzeer de godsdienstige begrippen van andersdenkenden kwetsen moet. Misschien zal iemand zeggen, dat er dan maar woor onze jaartelling" moet gelezen worden. Maar is heD dan weer niet een eisch van goed onderwijs, dat medegedeeld wordt, waarom onze jaartelling dan aanvangt ? Eu zoo staan wij dan voor

Sluiten