Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De steken, in diagonale richting over de weefseldraden gelegd, worden overgekruist. Maar daar de steken geheel één worden met de weefseldraden, waardoor stand en grootte worden bepaald, doen zij zich niet zoozeer als kruisjes dan wel als blokjes voor en laten zij denken aan de tesserae, of scherven van mozaïek.

Het werken met den kruissteek is zoo oud als de weg en de wijze van bewerking is overbekend. De eene steek kruist den ander. Maar waar het op aan komt, dat is, dat al de steken op dezelfde wijze overgekruist moeten worden, ja meer zelfs dan dat, zij moeten in dezelfde richting gewerkt worden, of het feit, dat de steken aan de keerzijde onderling in richting verschillen, zal de gelijkheid der oppervlakte aan de voorzijde van het werk verbreken. Dat het vakje boven het klaverblaadje op nevenstaanden proeflap zich zoo leelijk afteekent, (zie fig. 2) is niet, omdat de steken daar niet in de goede richting zijn overgekruist, dat zijn zij wel: maar de steken zijn daar in horizontale rijen gewerkt en de rijen van den grond daarentegen hebben eenen verticalen stand.

De meest gewone wijzen van toepassing en de eenigszins geometrische samenstelling der patronen is mede op fig. 2 te zien. Aan den rechter benedenhoek is daar een bloemvorm gewerkt op oningevulden grond. Bij den band in het midden is daarentegen het ornament uitgespaard en is de grond bewerkt. Het doorloopende patroon in den linker benedenhoek, eene vlakvulling, zooals wij die veel bij Japansch werk aantreffen, geeft eenen overgang tusschen de twee voorafgaande wijzen van werken en vormt

naber, De Barduurkunst. 2

Sluiten