Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de naald juist op de helft, dat wil zeggen drie draden lager wordt ingestoken. Door telkens slechts éénen draad te gelijk te verspringen zoude men eenen minder sterk hellenden keper verkrijgen. De kussensteek is een zeer bruikbare steek voor vulling van achtergronden; hij werkt vlug op en bedekt het weefsel voldoende om eene vlakke tint te geven. Maar daar hij vrij los op de weefseldraden ligt, heeft borduursel met den kussensteek bij lange na niet hetzelfde weerstandsvermogen als werk met den petit-point of met den eigenlijken kruissteek. Werkt men zigzaglijnen in plaats van diagonalen, zie het ruitje naast den driehoek, door den kussensteek verschillend van lengte te nemen of verschillend van kleur, dan spreekt men van Hongaarschen steek. Wanneer men den kussensteek aanbrengt in rechte rijen, zooals in het vakje boven den driehoek, zoodat het werk een ripsachtig aanzien krijgt, dan noemt men hem den gobelinsteek. Maar het is toch altijd feitelijk dezelfde kussensteek.

De swastika, het kruis met omgebogen einden, in den bovenhoek van fig. 3, is gewerkt met steken bestaande uit een kruis van twee diagonale steken over vier draden gewerkt en daar over heen nog eenen horizontalen en eenen verticalen steek. Dit is eene zeer goede wijze van bewerking voor krachtige, vooral zich rechthoekige snijdende lijnversieringen, zooals meanders en dergelijke. De steek voldoet goed en vordert snel. Gelijkheid van richting bij het overkruisen moet hier wel zeer nauwkeurig worden in acht genomen.

De sterretjes in het midden van den proeflap, en vooral de papaverknop in den driehoek, een vorm, waarvoor de

Sluiten