Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPEN WERK.

Open werk zoude men kunnen beschouwen als den overgangsvorm tusschen het borduren met den kruissteek en het vervaardigen van genaaide kant. Met den kruissteek heeft het dit gemeen, dat in den regel de weefseldraden worden afgeteld. Een regel zonder uitzondering is dit laatste echter ook weder niet. Het aardige klaverblaadje fig. 8 is op fijne witte zijde in vrijen omtrek gewerkt, natuurlijk zonder aftellen der draden.

Gewoonlijk onderscheidt men twee soorten van open werk: die, waarbij de weefseldraden met eene grove naald uiteen geschoven worden en in groepen dicht en vast omwoeld, zoodat daartusschen open ruimten ontstaan, en die, waarbij een deel der weefseldraden is uitgetrokken of weggesneden.

De eerste noemt men damaststeken. Een paar der meest gewone soorten daarvan is nog op fig. 3 afgebeeld. Zeer bekend is daarop de achtergrond van de swastika, die niets anders is dan de steek, die ook bij het merken van lettters met gaatjes voorkomt: vier diagonale, 2 verticale en 2 horizontale steken, die alle in één punt samenkomen en daar, zoo de werkdraad voldoende strak wordt aangehaald, de draden vanéén schuiven, en dientengevolge aan de stof iets doorschijnends geven. Bij dezen steek, zooals trouwens bij alle damaststeken, is het ter wille van het

Sluiten