Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de kruising der weefseldraden en grijpen die draad voor draad. Point-clair naaiwerk is een schoon voorbeeld van eenheid van steek en materiaal en van steek en ontwerp. — Damaststeken zijn ook eene fraaie aanvulling voor het wit borduren. Het meest wel bij wit borduren op nansouk en andere doorzichtige stoffen; maar ook op linnen kunnen zij zeer gelukkig werken, zooals fig. 6 en fig. 7 te zien geven.

Open werk, waarbij in tegenstelling met de damaststeken een deel der draden is uitgetrokken of afgesneden, verdeelt men in twee hoofdsoorten. Zijn alleen in ééne richting, en dat in de volle lengte of breedte der stof, draden uitgetrokken, zooals dat veel bij open zoomen en dergelijke afsluitingen geschiedt, zoo spreekt men van punto-tirato. De overgebleven draden worden dan in bundels vereenigd en gegroepeerd om verbonden te worden met den puntotirato knoop of omwoeld met den stopsteek (point de reprise), zooals fig. 4 aan menig voorbeeld duidelijk maakt.

Worden draden in twee elkander snijdende richtingen weggesneden of uitgetrokken, langer of korter naarmate de lijnen van het patroon medebrengen, zoo spreekt men van point-coupé.

Een der meest eenvoudige vormen daarvan is wel het Hardangerwerk, zie fig. 4. Daarbij worden, beide in liggende en staande richting, telkens vier draden van de stof weggesneden en vier ongemoeid gelaten. Men krijgt zoo een netwerk met vierkante mazen. De verbindingslijntjes, waar de draden nu slechts in ééne richting gebleven zijn, worden dan omwoeld met den stopsteek en wel diagonaals-

Sluiten