Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De steelsteek is ook zeer geschikt voor vlakvullingen, zooals de kleine rondte op den proeflap aangeeft. Als men een gegeven vorm, zie bijv. het blad op fig. 17, geheel met den steelsteek vullen wil, begint men met den omtrek. Is het een breede vorm dan werkt men ook eene rij steken in het midden, voor eenen nerf als het ware. Dan werkt men met den steelsteek steeds den omtrek volgende tot het blad geheel gevuld is. Als men, aan de punt gekomen, keert inplaats van langs den omtrek van de eerste helft weder verder te gaan, dan wordt de vulling streeperig door het verschil in richting der samenkomende rijen van steken, een effect, dat in het andere geval alleen in het midden van het blad, langs den nerf ontstaat. Als men met den steelsteek vult, moet deze den grond wel bedekken, maar de rijen steken moeten toch niet dicht tegen elkander aangewerkt worden.

De bovenhelft van den proeflap fig. 9 geeft eenige varianten van den kettingsteek te zien.

De kettingsteek en de tamboursteek zijn eigenlijk hetzelfde. Beide vertoonen dezelfde eenigszins korrelige oppervlakte. Het eenige onderscheid tusschen beide is, dat de kettingsteek uit de hand wordt gewerkt met eene gewone naald en de tamboersteek in een raam, of liever ring, met eenen haak, die op de buiging veel scherper en puntiger moet zijn dan eene gewone haaknaald. Algemeen wordt dan ook aangenomen, dat werk, dat waarschijnlijk uit de hand werd gedaan, eene groote sprei bijvoorbeeld, met den kettingsteek werd gewerkt; en dat bij wat in een raam werd gewerkt, de tamboursteek is gebruikt. Het is feitelijk

Sluiten