Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FESTONNEERSTEEK. TAKSTEEK.

De festonneersteek vindt bij het borduren eene zeer ruime toepassing. Hij is, zooals men uit het gewone gebruik weet, een steek met een zelfkant of neg; een steek, waarmede men dus den omtrek van eenen vorm kan afronden, of zelfs de snijkanten eener stof afsluiten, zooals bij de schulpen van het overbekende Engelsch borduursel. Er is ook een variant met twee randen, afgebeeld in de twee krullen op fig. 12.

Het is nauwelijks noodig de festonlus hier nog nader te beschrijven. In haren eenvoudigsten vorm wordt zij gewerkt door den draad onder den linkerduim te houden, terwijl men de naald insteekt daarboven, eenigszins naar rechts, en onmiddellijk daarbeneden weder doet uitkomen met de punt boven den werkdraad.

Wanneer men den festonneersteek niet naar zich toe werkt, maar van zich af, dat wil zeggen, dat men den werkdraad niet met den linkerduim vasthoudt, maar de naald nog eens ïn de pas gevormde lus steekt en den draad in schuine richting naar rechts van zich af aanhaalt, zooals men dit bij kantwerk doet, dan spreekt men van den knoopsgatensteek.

Als men twee rijen festonneersteken rug aan rug werkt,

Sluiten