Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werken, zooals bij den bladvorm links op fig. 12; maar hij leent zich toch beter tot smalle banden dan tot breede vormen.

De vederachtige tak, die op fig. 12 uit de vaas oprijst, bestaat slechts uit festonlussen beurtelings naar rechts en naar links gelegd. Den rand bovenaan werkt men in ver¬

ticalen stand, beginnende aan den linkerhoek. Het middelste randje aan de rechterzijde van fig. 12 wordt eveneens in verticale richting gewerkt, terwijl men telkens drie schuine steken in plaats van ééne enkelen werkt, eer men van links naar rechts en vice versa oversteekt.

Om den band aan den linkerbovenhoek te werken, neemt men aan, dat vier hulplijnen zijn getrokken, zie fig. J. Men laat nu de naald uitkomen op lijn 1; maakt eenen kettingsteek in diagonale richting van 1 naar 2; steekt weder in, nu

Fig" iets lager, op lijn 3; voert den draad

achter de stof schuin naar boven naar lijn 4 en maakt dan weder eenen schuinen kettingsteek van 4 naar 3.

Sluiten