Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De platte steek mag niet te lang zijn; en het is voor den patroonteekenaar een ernstig punt van overleg, hoe de ruimten zóó te verdeelen, dat slechts korte steken noodig zijn. Soms is het voldoende om een blad eenen nerf te geven en dan aan weerszijden van dien ader te werken. Maar alle bladvormen leenen zich niet tot deze eenigszins symmetrische styleering. Het is juist dan, dat afscheiding door kleine uitgespaarde tusschenruimten zoo gelukkig werken kan. Maar hiervoor is eene geoefende hand en een gevormd oordeel noodig. Zeer schoon is het geschied op het paneel van een scherm met chrysanthen, zie fig. 19, waarvan fig. 20 de détailbewerking laat zien.

Het is een vaste regel, dat de platte steek zeer gelijk gelegd moet worden. Als men hem met vloszijde werkt, heeft hij dadelijk eenen sterken glans, die wisselt met het verschil van den stand, waarin men hem voor zich ziet. Uiterst schoone resultaten zijn daarom reeds te verkrijgen, wanneer men met enkele vlakke tinten werkt. Maar ook voor de fijnste kleurschakeeringen is de platte steek te gebruiken; men bedient zich dan van eenen variant, den

zoogenaamden ingrijpsteek.

De ingrijpsteek is een zeer schoone en verwante vorm van den platten steek, waarbij de steken ongelijk van lengte kunnen zijn en voorbij en in elkander kunnen grijpen geheel naar willekeur van de werkster. Zij regelt dan de lengte naar het gewenschte effect; een juist begrip van de samenstelling van het patroon is hierbij onmisbaar. Terwijl men bij den platten steek afloopende tinten in kleine vlakken van ééne tint naast elkander plaatst, is de ingiijp-

Sluiten