Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Renaissance ging men nog een stap verder. Daar werkte men de hechtsteken hier en daar zóó dicht aaneen, dat zij het gouddraad geheel bedekten. Maar daar, waar men de kleur der gewaden bij figurale voorstellingen aan gloed wilde doen winnen, werkte men de steken verder uiteen om het goud meer of minder krachtig te doen doorschijnen. Eenigermate is dit hetzelfde als wat de miniatuurschilders uit die dagen deden bij het verluchten hunner manuscripten, als zij het blauw en rood met goud afzetten.

Een zeer fraai voorbeeld hiervan vindt men in het gewaad der madonna op fig. 38. Opmerkenswaard is in verband hiermede ook de wijze, waarop de stralen van den aureool in het hechtsel der gouden draden van den achtergrond zijn uitgespaard als het ware.

Goud wordt ook wel eens opgenaaid in den vorm van bullion. Dit bullion is in de rondte gelegd gouddraad, dat hiertoe dicht en stijf om eenen dikkeren draad wordt gewonden en als die weder is weggenomen eene lange holle buis van spiraalsgewijze gedraaid gouddraad vormt. De borduurster knipt die in stukjes van de vereischte lengte, rijgt ze op hare naald en hecht ze, alsof het kralen waren.

Loovertjes of pailletten kunnen wel eens aan klatergoud doen denken, maar soms is de toepassing daarvan zeer fraai. Aardig is het gebruik er van op de aureool en op den aanzet der slagpennen van de vleugels van den engel op fig. 39. Zie ook fig. 25, goudborduursel op fijn wit leder.

Sluiten