Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorm en kleur; en het versierde voorwerp eene nieuwe schoonheid te geven zonder afbreuk te doen aan zijne bestemming.

Voor de versiering door middel der borduurkunst kan de ornamentiek worden verdeeld in drie hoofdgroepen. Ten eerste kunnen de ornamentvormen worden wedergegeven in omtrek alleen, en wel met den steelsteek, den kettingsteek, en met opgenaaid koord. Ten tweede kunnen zij worden uitgedrukt in vlakke tinten, zooals bij spannen en doorstoppen, bij den platten steek, bij den kruissteek en bij opgelegd werk. Ten derde kunnen zij worden afgeteekend door kleurschakeeringen, waardoor het platte vlak verbroken wordt en schijnrelief ontstaat, zooals bij den vedersteek, den ingrijpsteek, enz. enz.

Van ieder dezer drie groepen vindt men in onze illustraties tal van voorbeelden.

De derde soort is het meest geliefd; maar ook het meest misbruikt. Zij geeft ruimschoots gelegenheid voor voortreffelijk werk; maar ook ruimschoots gelegenheid voor slecht.

Het is wel eens gezegd, dat bij naaldwerk kleur meer geldt dan lijn. Kleur en glans zijn zeker schoone zaken; maar men bedenkt niet altijd genoeg, hoe heerlijk eene zuivere, eenvoudige lijn kan werken.

Als bij kleurschakeeringen zooveel ronding ontstaat, dat wat een plat vlak is, zich niet plat blijft voordoen, heeft men het doel voorbij geschoten en het verkeerde bereikt.

Voor eene goede, vlakke behandeling kan men het best in de leer gaan bij Chineezen en Japanners. Zij verstaan

Sluiten