Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een patroon was oudtijds iets traditioneels, een overgeleverd, een overgeërfd iets. Maar de traditie is verloren gegaan — en nu moeten wij als van nieuws aan oud werk leeren, wat gedaan werd en hoe het gedaan werd en dan ons werk gaan doen op onze eigene wijze.

De grenzen van het kunstnaaldwerk zijn niet zoo scherp afgeteekend als die van menig ander kunstambacht. Er bestaan geene technische bezwaren tegen het nabootsen van bloemen zóó realistisch en natuurlijk als met het wezen der versieringskunst ten eenemale in strijd is. Borduurster en patroonteekenaarster beiden zullen natuurlijk telkens hunne modellen zoeken bij bloem- en bladvormen en de zijde geeft de verschillende kleuren en tinten daarvan zoo natuurgetrouw weder, als men slechts kan wenschen. Maar al ware het patroon eene bloemengaarde, zoo mag de borduurster toch nimmer vergeten, om met William Morris te spreken, dat zij tuiniert met zijde en goud.

Daarom ook zal de borduurster wel doen , wat meer aandacht te geven aan het werk van de naald dan aan het werk van het penseel. Zij moet streven naar wat stof en werkdraad haar kunnen geven en beter geven dan wat anders ook. Zoo zij betrouwt op hare naald, zal zij zich niet laten verleiden tot wat veel beter met een ander werktuig wordt gedaan; zal zij doen, wat met de naald het best kan gedaan worden en daarmede genoegen nemen. Dat is de zekere weg om het borduren te verheffen tot borduurkunst.

Sluiten