Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelling zoo onmisbare eenheid gaat verloren door hunne tegenstelling.

Maar hoe moeilijk de vertolking van het menschbeeld ook moge zijn, toch heeft die de eeuwen door eene groote aantrekkelijkheid voor de borduurster gehad. Op tallooze wijzen heeft zij het beproefd, reeds in vooroude tijden met den kruissteek; en het is niet te ontkennen, dat er stijl is in groepeering en stand der figuren op fig. 1, aan oud Hongaarsch werk ontleend. Misschien wel juist, omdat de borduurster zich hier zoo stelselmatig gehouden heeft binnen de enge grenzen haar door den gebezigden steek en de grove linnen grondstof gesteld. Bij minder streng gestyleerde, meer realistische opvatting moesten uitteraard eene fijnere techniek en fijnere grondstoffen dienst doen. Verschillende wijzen van bewerking werden achtereenvolgens toegepast en misschien zullen mettertijd nog meerdere worden gevonden. Bij werk uit het tijdperk der Gothiek werd met niet ongelukkig gevolg voor het vleesch de linnen ondergrond onbewerkt gelaten en de gelaatstrekken in omtrek met bruin of zwart aangegeven. Ook nu nog wordt dit wel gedaan, als bij den fraaien kelkpal fig. 41, Hollandsch werk uit de laatste helft der 19de eeuw. Somtijds werd het geheele gelaat met den gespleten steek gewerkt en daarover heen de lijnen van neus, oogen en mond.

Werkelijk schilderwerk meer nabijkomende is de madonna op fig. 38, naar eene in het bisschoppelijk museum te Haarlem bewaarde casuifel uit het midden de 16de eeuw. Het gelaat is daar gewerkt met eenen ragfijnen ingrijpsteek, terwijl

8*

Sluiten