Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor het proseliet-maken waard is bij zulke onwetende stammen. Eenige zijn bekeerd geworden tot het Katholieke geloof, maar twee soorten zendelingen wedijverden met elkander bij hen: de Jezuïeten en de Capucijners. De laatsten klaagden hun mededingers te Rome aan, wegens hun verdraagzaamheid jegens de vrouwen, aan wie zij toestonden, amuletten te dragen met kleine Lingams bedrukt. De Jezuïeten verklaarden hun gedrag door de oude gebruiken van het land, en zij verkregen de goedkeuring van het Pauselijk hof; maar zij eischten evenwel van de Indische vrouwen aan hunne taly een kruisje toe te voegen!...

Andere verhalen toonen den eeredienst van Lingam zoo in Indië ingeworteld, dat men in de hotels en aan den openbaren weg overal den hindoe-god ontwaart, hetzij in zijn organisch menschelijke gedaante of in zijn allegorischen vorm: een voetstuk, dat een vaas draagt, waar een lange cylinder uitsteekt. Het voetstuk is Brahma; de vaas is Vischnoe, de vrodwelijke god; de cylinder is Chiven of de mannelijke god; dit is de Indische drieëenheid. Maar bij plechtige processiën voegt men bij den gewonen Lingam de gedaante van een mensch. „En het godsdienstig denkbeeld is zoo overheerschend in den geest der Indiërs, dat zij het ontuchtige van hun handeling niet begrijpen." Zoo ziet men in de pagode van Elephanta een bas-relief, die een groep voorstelt, welke zich aan het schandelijk bedrijf overgeeft, dat de latijnsche schrijvers door het woord irrumatio aanduiden; op de poorten der stad Suri-Patnam-Sita: de vrouw van Rama, de 7e vleeschwording van Vischnoe, omringd door zes Fakirs of boetelingen, geknield en de oogen naar haar opgeheven, terwijl elk een Lingam in de hand houdt; in de pagode Yillenour: afzonderlijke Lingams van

Sluiten