is toegevoegd aan uw favorieten.

De prostitutie bij de volken der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mozes begreep toen, hoe moeielijk het zou zijn, de verdorvene neigingen van zijn volk te keeren. Hij spande al zijn krachten in, om in naam der dictatoriale en godsdienstige macht, die hij beweerde van Jehovah te ontleenen, hun neigingen tot losbandigheid, welke de eeredienst der afgoden hun aanbood, tegen te gaan. Op den berg Sinaï zeide hij hun: „Gij zult niet hoereeren, gij zult de vrouw van uw buurman niet verlangen." In Exodus is hij weder verplicht hun te zeggen: „hij, die vleeschelijke gemeenschap zal gehad hebben met een lastdier, zal met den dood gestraft worden. Gij zult geen geslachtsgemeenschap hebben noch met een man, noch met een vrouw, want dat is een gruwel. Gij zult met geen dier inwonen noch u daaraan bezoedelen, de vrouw zal geen hoererij plegen met een dier, en zij zal zich met hetzelve niet vereenigen, want dat is een wanbedrijf."

Den noodlottigen invloed voorziende, dien de Canaanieten op de zeden zouden hebben, zeide hij in Leviticus, in naam van zijn God: „Gij zult de dwalingen van deze volkeren niet volgen, want zij hebben schanddaden gepleegd, die ik u verbied. Gij zult uwe dochter niet prostitueeren, opdat de aarde niet bezoedeld worde, noch vervuld van onreinheid." En in Deuteronomium: „er zullen geen hoeren zijn onder de dochteren, noch boeleerders onder de zonen Israëls."

Daarentegen stond Mozes de wettige prostitutie met vreemde vrouwen toe. Hij zelf gaf het voorbeeld door in onecht te leven met eene Ethiopische. Met zijn wijze voorschriften voor de Hebreeuwen had hij niet alleen ten doel, den godsdienst van Abraham te verdedigen, maar ook het Joodsche ras, dat reeds gedeeltelijk ontaard was, te beschermen tegen losbandigheid. Hij verbiedt zoowel uit een hygiënisch