is toegevoegd aan uw favorieten.

De prostitutie bij de volken der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het geld der lichtekooien gebouwd, en eindelijk die van Hermione, waarheen voornamelijk de jongedochters en de weduwen zich voor haar huwelijk begaven.

Strabo (') verhaalt, dat op het eiland Cos in den tempel van Esculaap een beeld van Venus-Anadyomine stond; en Pausanias (2) deelt mede, dat er te Epidaurus in een bosch, bij den tempel van denzelfden god, eene kapel was van Aphrodite. Deze aanwijzingen veroorloven, te veronderstellen, dat de geneesheeren van Cos eenige kennis bezaten der geslachtsaandoeningen. Bottinger (s) vermeent, dat de oudste geneeskunde der Grieken uit de hospitalen en lazarets gekomen is, die de Pheniciërs op het eiland Cos, te Egine aan de kust van den Peloponnesus en vooral te Epidaurus opgericht hadden. Het is dus waarschijnlijk, dat deze inrichtingen in den beginne onder de bescherming van de erotische godheid geplaatst waren, totdat deze door Esculaap vervangen werd. Dit is de meening van Rosenbaum.

Kortom, Yenus werd geheel Griekenland door aangebeden, maar het eerst te Paphos, op het eiland Cyprus en te Cythère, vanwaar de bijnamen Papheia, Cypris en Cytheria. Men noemde haar ook Anadyomene, uit-het-water-getogene, en Genetyllide, leidster der bevruchting. Men erkende in de Venus-Urania de godin der vruchtbare liefde en der wetenschappen en men stelde haar als dusdanig tegenover de Venus-Pttndemos, dat is: populaire of publieke, die de verpersoonlijking was der prostitutie. De liefde was bij de Grieken evenwel niet geheel en al platonisch, zooals wij zien zullen.

(1) Strabo, Lib. XIV, p. 657.

(2) Pausanias, Lib. 2, cap. 27.

(3) Bottinger, Ideen zur Kunst-Mythologie. Dresde, 1826.