Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

juweelen en geldstukken, die zij met een wonderbare behendigheid in hun vlucht opving. Deze klasse van courtisanen verrijkte zich dus vlugger dan de anderen, en zoodra zij opgang maakten, verzamelden zij aanzienlijke goederen. De fraaiste huizen van Alexandrië droegen de namen van Myrtion, Mnesis en Pothyne. „En toch," zeide de geschiedschrijver Polybe, „waren Mnesis en Pothyne fluitspeelsters, en Myrtion een dier publieke vrouwen tot de eerloosheid gedoemd, die we dictér iaden noemen." Myrtion was, evenals Mnesis en Pothyne, de minnares geweest van Ptolemeüs Philadelphus, koning van Egypte. Ouderdom, rang noch positie waren gevrijwaard tegen de bedwelming, die de danseressen en toonkunstenaressen verwekten.

Atheneus verhaalt, dat arcadische gezanten aan den koning Antigonus gezonden werden, die hen met veel eerbewijzen ontving, en hun een luisterrijk feestmaal aanbood. Die afgezanten waren strenge en eerbiedwaardige grijsaards; zij zetten zich aan tafel, aten en dronken met een somber en stilzwijgend voorkomen. Maar eensklaps geven de Phrygische fluiten het signaal van een dans: danseressen, in doorschijnende sluiers gewikkeld, komen de zaal binnen, zachtjes op de toonen wiegelend ; hare bewegingen worden sneller, zij ontblooten zich het hoofd, dan den hals en achtereenvolgens het geheele lichaam. Zij zijn geheel naakt op een broekje na, dat haar slechts de lendenen dekt; haar dans wordt steeds wulpscher en vuriger. (') De afgezanten wonden zich bij dit ongewone schouwspel op, en zonder eerbied te toonen voor de tegenwoordigheid van den koning,

(1) Deze dansen teekenden geheel de ongebondenheid der priapische feesten; zij heeten : Aphrodite, Apokinos, Aposeitis, Kraismos, Brydalicha, Epiphallos, Lamprotera, enz.

Sluiten