Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Hebt medelijden met mijn maagdelijkheid, zegt een arme slavin voor het lupanar gekocht, prostitueer mijn lichaam niet door mij door een schandelijk bordje te onteeren!

— Dat eene dienstmaagd, zegt de leno tot den pachter der meisjes, haar kome tooien en dat men op het bordje schrijve: „Wie Tarsia ontmaagdt zal een half pond zilver geven, daarna zal zij een ieder geleverd worden tegen een goudstuk."

Men moet aannemen, dat de maagdelijkheid tegen een zeer hoogen prijs verkocht werd, want Latijnsche schrijvers bevestigen, dat het verlangde loon der lupanars zeer laag was. Zoo schrijft Juvenalis, om te zeggen dat Messalina den prijs harer gunsten eischt, Aera poposcit, d. i. vraagt eenige stuivers. Petronius laat hetzelfde door Ascijlte zeggen, als deze „door een achtenswaardigen grijsaard" naar een lupanar gebracht wordt: Jam pro cella meretrix assem exegerat. Reeds had de pachtster der meisjes een as voor den prijs van haar cel gekregen. (')

Deze handel in de maagdelijkheid was evenwel dikwijls niet anders dan een speculatie van de zijde der koppelaars. Men vond meer pseudo-maagden dan werkelijke. En Lucillius laat in een zijner satieren niet na aan een onervaren jonkman dezen zeer practischen raad te geven: „Koop het meisje zonder waarborg."

De bondgenooten der prostitutie te Rome.

Evenals de offlcieele koppelaars waren de vrouwelijke geneeskundigen van Rome de medeplichtigen der groote

(1) Pjtronius. Satyricon. Cap. VIII.

Sluiten