Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veelvuldig door het verslappen der zeden. De onwettige samenleving had volstrekt niets schandelijks in zich; zij werd voor een derde soort huwelijk gehouden; de wetten noemden haar een geoorloofde gewoonte.

Deze staat evenwel, waarvan de wettigheid slechts berustte op het schijnbare voornemen van hen, die hem aannamen, en waarvan het bestaan slechts uitgemaakt werd door het vermoeden van hun wil, ex sola anim destinatione, zooals de wetgever zich uitdrukt, kreeg de benaming van niet gerechtelijk huwelijk, injvsta; nupticc. De bijzit was geen echtgenoote; zij nam er de plaats voor in en was er van onderscheiden door de kleeding. De kinderen, ofschoon toegelaten tot den omgang met andere burgers, maakten geen deel uit van de famile hunner vaders; zij erfden niet van hem; en toen het slechts vergund werd vrouwen uit den slavenstand of uit geringe ouders tot bijzit te nemen of wel die van een hooge geboorte onteerd zouden worden door zich aan de prostitutie over te geven of door andere beroepen uit te oefenen, die evengoed laag en verachtelijk waren, waren de bijzitten niet zeer gezien; men onderscheidde haar weinig van de lichtekooien; de openbare losbandigheid kwetste de zeden niet meer, omdat zij er een deel van uitmaakten. (')

De geschiedschrijvers hebben ons de verachting der Romeinen van de Republiek doen kennen voor het overspel, de afschuwelijke straffen aan de schuldige vrouwen opgelegd, die, in het openbaar aan de bespringing door een ezel overgeleverd, als beesten voor den wagen van den beul werden gespannen, om ten slotte tot de openbare prostitutie

(1) Sabatier, Romeinsche wetgeving. — Terrasson, Geschiedenis van do Romeinsche Rechtspraak.

Sluiten