Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een ander staaltje van zijn zedeloosheid en despotisme wordt door Suetonius en Marcus Antonius medegedeeld; „Midden in een feest liet Octavius van de eetzaai de vrouw van een afgetreden consul naar een aangrenzende kamer gaan, ofschoon haar man onder de gasten was; en toén zij met Octavius terugkwam, na aan de genoodigden tijd gelaten te hebben om menig glas ter eere van Cesar te ledigen, waren de ooren van de dame rood en haar haren in wanorde. Alleen de man sloeg er geen acht op." Suetonius voegt in een volgend hoofdstuk eraan toe: „Men sprak ook veel van een geheim feestmaal, dat men den maaltijd der twaalf goden noemde, waarop de gasten als goden en godinnen gekleed waren en hij zelf Apollo voorstelde." Antonius heeft in verscheiden zeer heftige brieven tegen den keizer niet geaarzeld degenen te noemen, die op dit belaamde feest kwamen, waarop een anonymus de volgende dichtregelen gemaakt heeft :

Als onder luide kreten, het schandaal en gehoon

Cesar en zijn vrienden door misdadigen jok

Het vermaak nabootsten en de misdaden der goden,

Van Apollo ontheiligend het heerlijk en heilig beeld,

Keerden al die beschermende goden van Rome en Italië

Vol walging de oogen van zoo'n godloos bedrijf.

En de groote Jupiter daalde vol toorn

Van den troon, waarop Romulus hem voor ons plaatste.

Dit was Octavius-Augustus, de schijnheilige maker van de wet op het overspel, en de bloedschendende minnaar

van zijn dochter Julia.

Tiberius. — Suetonius heeft de verdorvenheid van zijn zeden verhaald ('): Hij stelde een nieuwe magistratuur in,

(1) Cap. XL1II, XL1V en XLV.

Sluiten