is toegevoegd aan uw favorieten.

De prostitutie bij de volken der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Isis. De aandoening draagt hier zeker slechts den naam van de plaats, waar zij het hevigst heerschte, terwijl Aretheus haar aan het geheele land toeschrijft."

Wat de venijnige puisten aangaat, die de Grieken evenals de Romeinen onder den naam van atra lues en dien van mentraga kenden, zij hebben een des te meer duidelijk vene risch karakter, daar zij besmettelijk waren en hare etiologie zich aan het cunnilingere vastknoopt.

Deze puisten verschenen gewoonlijk bij voorkeur op de lippen en het grootste gedeelte van het gelaat, maar het kwaad beperkte zich niet altijd tot de klieren der huid; de haarwortels werden er ook door aangetast. Vandaar kaalhoofdigheid, gevolgd door zweren van de schedelhuid, waarvan de verwoestingen buitengewoon snel waren. Als de, ziekte algemeener werd en het geheele lichaam aantastte nam zij den naam van psora of van lepra aan, belangrijke verschijnselen uit het oogpunt der geschiedenis van het syphilis, want de secondaire gevallen ontgingen het door zicht der geneesheeren van de Oudheid.

Zij hebben ons evenwel de beschrijving en de behandeling van zekere ziekten der geslachtsorganen nagelaten, waarvan de ontleding, die wij voor het grootste deel aan Rosenbaum ontleenen, niet alleen veroorlooft tot de oudheid der venerische ziekten, maar ook tot haar oorsprong in de uitspattingen der prostitutie te besluiten, zooals de schrijver van la Syphilis dans l'Antiquüé met een merkwaardige geleerdheid heeft doen zien.

De zaaddruiper, aldus genoemd naar zaad en druipen. Galianus. (')

(1) De locis affect. Llb. VI. cap. C.