Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

KENNISSEN EN VRIENDEN.

De wegen waarlangs Vondel de Amsterdamsche burgerij heeft leeren kennen, zijn natuurlijk vele en velerlei geweest. Het spreekt vanzelf dat het ons niet mogelijk is, die alle na te gaan; wij kunnen slechts het oog vestigen op eenige der kringen waarbinnen hij zich bewogen heeft: den kring zijner bloedverwanten dien wij straks zullen binnentreden, dien der buurt waarin hij opgroeide en lang bleef wonen, der Kerkgenootschappen bij welke hij zich aansloot, der Rederijkerskamers waarvan hij lid was, en eindelijk dien grooten kring van gegoede of aanzienlijke burgers met welke hij op andere wijs in aanraking kwam. Op sommige punten raakten deze kringen elkander of dekten zij elkander gedeeltelijk; een paar der kringen waren van elkander verwijderd. De kringen van bloedverwanten, buurtgenooten en rederijkers raakten of dekten elkander op meer dan eene plaats; tussclien Doopsgezinden en Rederijkers daarentegen bestond wel eenige afstand 1

1. Vgl. b. v. Van Lennep's Vondel I, 316 (De Kerkeraad der Waterlandsche Doopsgezinden berispt een harer leden omdat hij lid is eener Kamer; deze belooft uit die Kamer te zullen treden).

Sluiten