Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hertrouwde en „veel gelts verdeê", liep het mis. Zijn vader kon het niet aanzien, hij ging met Anna van hen af wonen; Joost's zaken raakten in de war, hij zou bankroet zijn gegaan indien zijn vader niet voor hem in de bres ware gesprongen; men dwong Joost Junior naar Indië te vertrekken doch hij stierf onderweg (omstreeks 1660). Dat zijn vader veel verdriet van hem gehad heeft, is zeker; echter mag men uit de merkwaardige stukken omtrent Joost den Jonge gepubliceerd, wel opmaken dat hij zijn vader is blijven hoogachten.1 Vondel had zijn vrij aanzienlijk vermogen bijna geheel opgeofferd om zijn goeden naam te redden; slechts het erfdeel zijner dochter was onaangeroerd gebleven. Om in zijn onderhoud te voorzien, moest hij den post van Suppoost in de Bank van Leening aannemen, hem op voorspraak van Mevrouw van Vlooswyck aangeboden. Gelukkig dat zijne dochter Anna liefderijk voor hem bleef zorgen. Daar Vondel ook zijn traktement als Suppoost wenschte te gebruiken om de schulden van zijn zoon die nog niet betaald waren aan te zuiveren, onderhield zijne dochter hem en stelde hem zoo in staat zijn naam als eerlijk man smetteloos te bewaren. In 1668 werd hij door de goedheid der Amsterdamsche burgemeesters uit de Bank van Leening, een kerker voor zulk een man, verlost; zijne jaarwedde liet men hem behouden. „Dus werd hij weer zijn eigen man", zegt Brandt; nu kon hij zich als vroeger ongestoord aan de kunst wijden.

Behalve van zijne dochter Anna ondervond hij in zijne

1. Vgl. Yonileliana van J. H. W. Unger in Oud-Holland 1886.

Sluiten