Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

"waardiging los als een onweer in den aanhef van Vrye Zeevaert:

De Plaegh van inheemsch en uitheerasch,

't Gedroght dat met zijn dolle honden In 't bloedigh moorthol aen den Teems Den Grooten Herder had verslonden ,

Zich droncken zoogh aen 's Konings strot En knaeghde op 't Koninglijck geraemte Den romp, van hooft en kroon geknot,

Die moortpest zonder Godt en schaemte,

Nu vlammende op een verschen buit Van Fransch gewas, quam nederzacken En dreef voor stroom den bloetstroom uit Om balgh en buick met roof te packen.

Ook later, toen hij de tachtig reeds naderde, sprak hij van de „koningsinoorders" nog steeds met dezelfde verontwaardiging waarmede Jan van Galen, toen men hem vóór Livorno een been had afgezet, zijn leeggedronken glas tegen den grond smeet en zei: „de Engelsche koningsinoorders moeten het toch betalen." 1

Niet vreemd derhalve dat wie zoo hoog van vorsten dacht, de Oranjes die weinig minder waren dan koningen evenzoo beschouwde; zij zijn voor hem bijna wezens van hoogeren aard: in het Oranje May-lied noemt hij den pasgeboren Willem II „Hollands Heyland" en wil:

twee autaren wijen,

Een den Vader, een den Soon

En hun Godheen al verheugd Eer bewijsen voor dees deugd.

Denzelfden toon slaat hij aan tegen de autoriteiten in i. Vgl. Unger, 1064—1(167. hl. 95. 10!». 121".

5

Sluiten