Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vastheid die Vondel zocht, vond hij noch bij de Doopsgezinden tot wier kerkgenootschap hij behoorde, noch bij de twee voorname partijen onder de toenmalige Protestanten; geen wonder dat zijn zoekende blik van tijd tot tijd bleef rusten op het oude geloof, verdreven uit de kerken en het openbaar leven, doch heimelijk voortlevend in de harten van velen, ter sluik beleden en geoefend in stille samenkomsten, bedreigd door hebzuchtige schouten, maar meer nog door het felle antipapisme der Calvinistische ij veraars.1 Het Katholicisme, door velen reeds dood gewaand, had gedurende de laatste helft der 16'ie eeuw zichzelf herzien, zich gezuiverd en versterkt en begon in den aanvang der zeventiende eeuw hier te lande weer op te leven. Velen die in den beginne waren medegesleept door de forsche vaart van het opstijgend Protestantisme, werden later afvallig van het nieuwe geloof; vooral kinderen van ouders die de Katholieke kerk hadden verlaten , sloten zich, mondig geworden, weer bij haar aan. Duidelijk bleek, dat Protestantisme en Katholicisme elk beantwoorden aan onderscheiden behoeften van den menschelijken geest, dat het verschil tusschen beider levensbeschouwing overeenkomt en samenhangt met menigerlei verschil van temperament en geestelijken aanleg. In de 16<ie eeuw hadden velen de Katholieke kerk verlaten, wier eigenaardige neigingen en behoeften toch niet door het Protestantisme bevredigd konden worden ; allerlei misbruiken hadden hen afkeerig gemaakt van het Katholicisme en, daar zij niet

1. Vgl, over dit deel dezer studie het voortreffelijk artikel van Fruin in De Gids 1894 (Januari— Februari) en het tijdschrift üe Katholiek XXII 202 , 206 en vlgg.

Sluiten