Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koloniën), de Chamieten (in Noord-Afrika), de Semieten (de Joden, de Arabieren en de Syriërs);

2. de Negers (in Afrika van den zuidrand der Sahara tot het gebied der Hottentotten en Boschjesmannen; en in Amerika, waar ze door den slavenhandel zijn gebracht) ;

3. de Hottentotten en de Boschjesmannen (in 't Z. van Afrika);

4. De Dravida's (op het hoogland van Dekan in Voor-Indië en op Ceylon);

5. de Mongolen (in 't grootste deel van Azië [hoofdvolken : Chineezen en Japanneezen) en enkele stammen in Oost-Europa);

6. De Maleiers (van Madagaskar tot de Sandwicheilanden , behalve op het vasteland Australië en op NieuwGuinea met omgelegen eilanden) ;

7. de Australiërs (de inboorlingen van het vasteland Australië) ;

8. de Papoea's (de bewoners van Nieuvv-Guinea en omgelegen eilanden);

9. De Indianen (de oorspronkelijke bewoners van Amerika).

De hoofdgroepen zijn de Blanken (800 mil!.), de Mongolen (450 mill.) en de Negers (150 mill.).

De bewoonbaarheid van een land hangt nauw samen met den aard van dat land, zijn klimaat en zijn plantengroei. Zoo zijn over 't geheel de landen, waar de bosschen meest zijn uitgeroeid, om voor bouw- en weiland plaats te maken, het dichtst bevolkt, door menschen met vaste woonplaatsen; de steppen dienen doorgaans aan zeer verspreid wonende, zwervende herdersvolken tot verblijf, en de woestijn is bijna onbewoond, evenals de hooggebergten en de poolstreken.

De dichtheid van bevolking van een land of werelddeel drukt men uit door het aantal inwoners per KM2. Zie de tabel „Werelddeelen" achter in dit boek.

Sluiten