Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Taunus, Westerwoud, ijzer- en kolenrijk Sauerland; links: Hunsrück en Ei fel. Verder oostelijk ligt het Hessische bergland (Rhön, Vogelsgebergte en Spessart) en daarna het Thüringerwoud en het Fichtelgebergte, dat bij den westhoek van Bohemen aansluit. Dit laatste is een vierhoekig bekken, aan drie zijden door gebergten ingesloten: het Bohemerwoud, het Saksisch Ertsgebergte en de Sudeten. In de laatste verheft zich, in het Reuzengebergte, de Schneekoppe (1600 M.), de hoogste top der Duitsche middelgebergten, die boven de boomgrens uitsteekt. Bohemen is in de groote zuidhelft een heuvelland, dat op den zuidoostrand, op de waterscheiding van Moldau en March, tot de Moravische hoogten aanzwelt. Tusschen Bohemen en de Karpaten is de Marchvlakte (Moravië) en de zoogenaamde Moravische poort. Zoo leidt zoowel door het westelijk deel der Duitsche middelgebergten als langs den oostkant hiervan een natuurlijke gemeenschapsweg van het N. naar het Z. De eerste komt van Nederland langs het Rijndal en door de Bovenrijnsche laagvlakte en zet zich naar het Z. voort door de Bourgondische poort naar het Saóne-Rhónedal en de Middellandsche zee. De tweede komt van het Noordduitsche laagland langs de Oder, door de Moravische poort en bereikt, na door de lagere oostelijke deelen der Alpen te zijn gegaan (Semmeringpas), de Adriatische zee.

Op den zuidrand van het Noordduitsche laagland staat, als een voorpost van het bergland, de Harz, met den Broeken (1140 M.) als hoogsten top, die hier juist even boven de boomgrens uitsteekt.

§ 17. Het Germaansche laagland (van de Weichsel tot de hoogten van Artois), wordt door de vroeger zoo moerassige, toen moeilijk door te trekken venen bij de Eeins verdeeld in het Noordduitsche laagland en de Benedenrij nsche laagvlakte (in Nederland en Vlaanderen). Door het Noordduitsche laagland loopen twee ruggen, waarvan de noordelijke, de Baltische rug, de kust der Baltische of Oostzee volgt. De zuidelijke eindigt in het W.

Sluiten