Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sjatka, Korea) en wordt van den open oceaan gescheiden door eilanden-guirlandes (Aleoeten, Koerilen, Japansclie eilanden, Lio e-K i o e-e i 1 a n d e n), die met het continent de volgende randzeeën insluiten: Beringzee, zee van Ochotsk, Japansche zee, Oostchineesche zee. Naar 't ZO. liggen de Zuidchineesche zee en de A us t raal-Azi a t i sc he middelzee, de laatste met een uitgestrekte eilandenwereld, den Indischen archipel, die den overgang vormt tusschen Azië en Australië. In 't Z., tusschen Achter- en Voor-Indië de golf van Bengalen, tusschen Voor-Indië en Arabic de Arabische zee met de Perzische golf. Tusschen Azië en Afrika de smalle Roode zee.

§ 53. Hoogte. Van Klein-Azië's west- tot Zuid-China's oostkust strekt zich een groot hoogland uit, dat uit een kleinere west- en een reusachtige en hoogere oosthelft bestaat. De eerste noemt men het Voor-, de tweede het Achteraziatische hoogland. Beide hangen onderling samen door den Hindoe Koesj, waarover enkele passen van Noord- naar Zuid-Azië leiden. Het hoogste gedeelte van het Ach terazi atische hoogland, de hoogste hoogvlakte der Aarde, is het hoogland van libet, dat tot 4- en 5000 M. stijgt. Daarvoor ligt naar het N., ervan gescheiden door den hoogen K w e n-L 11 n , een veel lager hoogland, de uitgestrekte Han-Hai. Op den zuidrand van de hoogvlakte van Tibet verheft zich de reusachtige Himalaja met den hoogsten bergtop der Aarde: den Mount Ever est (8880 M.). Op den rand van het Achteraziatisch hoogland verrijzen verder o. a. het hoogland 1'amir, de Tién-s jan, de ertsrijke Altaï en het eveneens ertsrijke bergland van Trans Baikalië. Naar het O. treffen wij liet Chineesche, naar het ZO. het Achterindische bergland aan.

Het Achter- zoowel als het Vooraziatische hoogland is, binnen de randgebergten, voor een groot deel een gebied van steppen en woestijnen.

liet Vooraziatische hoogland bestaat uit het hoog-

Sluiten